Inhoudsopgave

    Duurzaam genoeg?

    Inleiding

    Overheidsbeleid richt zich zowel op de particulier én op de openbare ruimte. In de openbare ruimte kunnen de overheden daadwerkelijk aan de slag met duurzaamheid, laten zien dat duurzaamheid kàn, werkt en een bijdrage levert. Duurzaam beheer van de omgeving hoort daar bij. Deze rapportage van 'Duurzaam genoeg?' wil daarbij een inspritatie zijn. De definitie van duurzaamheid is:

    “Ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen”.

    Abstract, maar het zegt om niets te doen wat de mogelijkheden voor de toekomstige generaties beperkt. Geen uitputting van grondstoffen, energie en onomkeerbare belasting van het milieu. dus:

    • Energieneutraal
    • Emissieneutraal
    • Grondstofneutraal
    • Klimaatneutraal

    Een hele uitdaging voor de beheerders van de openbare ruimte.

    Duurzaamheid is noodzakelijk geworden. Aangezien er heel veel openbare ruimte is, heeft elk stapje voorwaarts met duurzaamheid in de openbare ruimte, een serieuze impact. Helaas is duurzaamheid een breed begrip, een containerbegrip geworden. Dat maakt het lastig om geordend te werken aan duurzaamheid

    Om beheer duurzamer te maken, kan nogal onoverzichtelijk zijn. Met Duurzaam Beheer 5.0 wordt een werkmethode aangereikt. Hiermee wordt duurzaamheid in makkelijk te hanteren en logische stapjes geknipt. Op die manier wordt het werken aan duurzamere openbare ruimte een proces, een manier van beheren. Deze reportage beschrijft de essentie van werken met Duurzaam Beheer 5.0.

    Duurzaamheid????

    Duurzaamheid wordt veelal beschouwd vanuit drie aspecten: people, planet, profit. Duurzaamheid zit op het snijvlak van deze drie aspecten. De volgende figuur geeft dat aan.

    In deze figuur zijn deze drie aspecten letterlijk en figuurlijk vertaald naar begrippen die voor het beheer van de openbare ruimte bekend zijn: sociaal, milieu en kosten. Duurzaamheid bij beheer (dat noemen we vanaf nu duurzaam beheer) houdt rekening met deze drie aspecten. Duurzaam beheer zorgt er ook voor dat deze drie aspecten in balans zijn. Daarbij is het streven om zoveel mogelijk te bereiken met betrekking tot milieu en sociaal en dat voor zo laag mogelijke kosten.

    Duurzaam, duurzamer

    Elk stapje voorwaarts met duurzaamheid is meegenomen. Het plaatsen van led-verlichting is nuttig om energie te besparen. Stoppen met chemische onkruidbestrijding is nuttig omdat de bodem en het grondwater niet meer belast worden met chemicaliën. 

    Foto: Onkruidbestrijding met hete lucht (Bron: Weedcontrol)

    Deze twee voorbeelden zijn heel bekend. Ze worden, gelukkig, steeds meer toegepast. Nuttig vanuit het oogpunt van milieu. Maar de voorbeelden richten zich op één aspect van het milieu: energie c.q. bodemverontreiniging. De vraag is: kan het duurzamer?

    Duurzamer, duurzaamst

    Echte duurzaamheid betekent dat ons handelen geen invloed heeft op de mogelijkheden van de generatie na ons. Eerder is al aangegeven dat dit betekent: energieneutraal, emissieneutraal, grondstofneutraal en klimaatneutraal. Als dit is bereikt met het beheer van de openbare ruimte, spreken we van 'Duurzaam Beheer 5.0'. Echter, voor veel bedrijven en overheden is het een illusie om op korte termijn Duurzaam Beheer 5.0 te bereiken. Dit vraagt om omstandigheden die men niet alleen zelf kan realiseren. Denk alleen maar aan energieneutrale energieproductie. 

    Duurzaam Beheer 5.0 kan in vijf stappen bereikt worden. Aan de hand van twee voorbeelden wordt het principe geschetst.

    Voorbeeld 1: waterberging

    Op de volgende foto is de waterberging te zien die is gerealiseerd onder het stationsplein van Rotterdam. Een hele nuttige ontwikkeling met het oog op klimaatadaptatie. Niks mis mee. Dit soort waterberging gaan we hard nodig hebben.

    Foto: Waterberging in aanleg in Rotterdam (Bron: Waterblock)

    Door met de ogen van duurzaam beheer 5.0 naar deze waterberging te kijken, worden andere mogelijkheden zichtbaar om het dit project nóg meer waarde ten aanzien van duurzaamheid te geven. De volgende figuur laat dat zien. 

    Figuur: Waterberging en duurzaam beheer 2.0  (Bron van de foto: Waterblock)

    In de foto zijn enkele mogelijkheden aangegeven om de waterberging verder te verduurzamen. De lijst van mogelijkheden voor verdere verduurzaming is lang. De voorbeelden zijn nogal voor de hand liggend en binnen handbereik van ontwerpers en beheerders. Wat de voorbeelden laten zien is dat er bij elk project mogelijkheden zijn om méér te bereiken voor duurzaamheid. De foto maakt van duurzaam beheer 1.0 (alleen waterberging) de stap naar duurzaam beheer 2.0: een meervoudig duurzaam project.

    Voorbeeld 2: oplaadpunt electrische auto

    De volgende foto laat een inmiddels veel voorkomende situatie zien: een oplaadpunt voor een electrische of hybride auto. Nuttig want met electrisch rijden worden emissies door de auto beperkt.

    Foto: oplaadpunt voor electrische auto. Foto door Lex Stax

    Ook deze situatie kan bekeken worden door de bril van duurzaam beheer 5.0. Net als bij de waterberging komen er dan nieuwe duurzame mogelijkheden in beeld. De volgende figuur geeft voorbeelden voor deze situatie.

    Figuur: Oplaadpunt bekeken door de bril van Duurzaam Beheer 5.0 Bron foto: Lex Stax

    Net als bij de waterberging is hier een aantal voorbeelden ingevuld. Er zijn meer voorbeelden denkbaar, veel meer voorbeelden zelfs. Omdat elke situatie weer anders is, is het maatwerk om de beste combinatie van mogelijkheden te vinden. Het verschil tussen de eerste en de tweede foto qua duurzaamheid, zal duidelijk zijn. Dat is de stap van niveau 1.0 naar niveau 2.0.

    Als deze stap is gezet, dan is de basis voor werken aan Duurzaam Beheer 5.0 gelegd. Dan snapt iedereen hoe naar de openbare ruimte en naar duurzaamheid gekeken moet worden. Dat is de essentie. En zoals Johan Cruijff al zei: "Je ziet het pas als je het snapt".

    Stap voor stap

    In vijf stappen

    Het bereiken van Duurzaam Beheer 5.0 gaat in stappen. De indeling geeft aan in welke mate duurzaamheid is bereikt. Er zijn vijf stappen:

    • 1.0 = Enkelvoudig project: hierin wordt op één aspect gewerkt aan duurzaamheid. Denk aan de genoemde voorbeelden van led-verlichting voor de openbare verlichting of chemievrije onkruidbestrijding
    • 2.0 = Meervoudig project: hierin wordt in een project aan zowel milieu als sociaal gewerkt. Zie ook groen verbindt. In een meervoudig project combineert men technieken, materialen en ontwerpuitgangspunten om de openbare ruimte zo duurzaam mogelijk te maken binnen een sociaal aanvaardbare context. Denk aan groen inzetten voor sociaal maar ook voor klimaatadaptatie. Het ontwikkelen van nieuwe technieken is daarbij niet het doel. Er wordt gewerkt op projectniveau. De organisatie heeft doelstellingen en beleid ten aanzien van duurzaamheid
    • 3.0 = Interne integratie (25%): In deze derde stap wordt gewerkt aan sociale omstandigheden die billijk zijn om de openbare ruimte zo goed mogelijk aan te sluiten op de wensen van de bewoners. Hiertoe wordt vanaf het ontwerp van een project rekening gehouden met duurzaamheid. Daardoor wordt ten opzicht van een referentiejaar ten minste 25% bespaard op energieverbruik, grondstofverbruik en op emissies. Zo’n reductie is ambitieus, maar in veel gevallen is dit te bereiken zonder ingrijpende maatregelen en met bestaande technieken. Veel gemeenten hebben in de achterliggende jaren al doelen gesteld op het vlak van energie en afval. Die criteria liggen veelal op het niveau van de 25%-besparing in een aantal jaren tijd. Opties zijn bijvoorbeeld zo duurzaam mogelijk in te kopen, kritisch te zijn op het ontwerp van projecten, inzetten op minder energie- en grondstofverbruik. Dit doel vergt vergaande interne samenwerking. 
    • 4.0 = Externe integratie (50%): Stap vier gaat letterlijk en figuurlijk een stap verder. Met externe integratie wordt bedoeld dat ten opzichte van het referentiejaar 50% minder niet-hernieuwbare energie en niet-hernieuwbare grondstoffen worden verbruik en dat er 50% minder emissies ontstaan. Getalsmatig lijkt dit maar een detail. De praktijk is echter weerbarstiger. De stap van 25% naar 50% vraagt om een andere aanpak. Er moet gezocht worden naar nieuwe methoden om grondstofneutraal en energieneutraal te werken, iets wat het vermogen van één beheerder ver te boven gaat. Deze stap vraagt om een gecoördineerde extern gerichte aanpak. Enerzijds om de markt voor het grondstofneutraal en emissieneutraal werken te bevorderen. Anderzijds om de markt voor duurzame energie te stimuleren. 
    • 5.0 = Duurzaam project: In de vijfde stap zijn de pijlen gericht op maximale duurzaamheid. De beleidscyclus en de beheercyclus sluiten optimaal aan, met concrete randvoorwaarden vertaalt in technische  eisen: 100% design for recycling in beleid en uitvoering. De verantwoording van investeringen en resultaten is transparant. Monitoring en asset management zijn onderdeel van het project en de beleidscyclus en de beheercyclus zijn optimaal op elkaar aangesloten. Randvoorwaarden voor duurzaamheid zijn concreet uitgewerkt in de LIOR. Volledig meenemen van C2C en 'design for recycling' in beleid en uitvoering.

    Samenwerking

    De stappen laten zien dat naarmate men verder komt met duurzaam beheer, interne en externe samenwerking belangrijker wordt. Zonder deze samenwerking is Duurzaam Beheer 5.0 niet te bereiken. De samenwerking begint in het ontwerpstadium. Dan wordt de basis gelegd voor duurzaamheid

    En eigenlijk gaat daar aan vooraf dat de organisatie, het bestuur, Duurzaam Beheer 5.0 na gaat streven. zo'n beleid is dan voor ontwerper, beheerders en burgers een richtsnoer bij projecten. 

    Duurzaam Beheer 1.0, 2.0, ....

    Duurzaam beheer gaat flink wat verder dan 2.0. Op het niveau 3.0 wordt van de organisatie gevraagd om de eigen situatie goed in beeld te hebben. Dat betreft zowel de technische situatie van alle assets. Maar ook de beleving van de burgers. De afstemming tussen beleid en beheer moet sluitend zijn. Er zijn technische randvoorwaarden gesteld in de LIOR die sturen op duurzaam beheeren op duurzaam ontwerp. Denk daarbij aan keuze van duurzame materialen, ontwerp-principes (design for recycling), eisen ten aanzien van social return bij aanleg en beheer, ontwerp in nauwe samenwerking met beheerders gemaakt. Daarmee vraagt duurzaam beheer om invoering van asset management en een kwaliteitssysteem. Er wordt op een transparante manier verantwoording afgelegd van de inspanningen en resultaten. De vorderingen met betrekking tot duurzaamheid worden zichtbaar gemaakt. 

    Rafelrandjes zitten bij Duurzaam Beheer 3.0 en 4.0 nog bij de aspecten energieneutraal, klimaatneutraal, emissieneutral en grondstofneutraal. Dat zal nog niet 100% ingevuld zijn voor alle vier de aspecten. Wel is de impact op het milieu aanzienlijk minder dan voorheen. Er is sprake van niveau 3.0 als de invloed met minimaal 25% is beperkt op al deze aspecten ten opzichte van een referentiejaar. Stel dat referentiejaar op 2010. Dat is voldoende basis om te kunnen zeggen dat stap 3.0 is genomen. 

    De eerder genoemde samenwerking wordt hier cruciaal. Het is een illusie om te denken dat bijvoorbeeld een gemeente in haar eentje kan zorgen voor 100% duurzame materialen. Door als gemeenten samen te werken, kan deze markt wel serieus worden beïnvloed. Datzelfde geldt voor duurzame energie. Dit is een vraagstuk op landelijk c.q. europees niveau. Ook hier kunnen gemeenten het voortouw nemen en samenwerken. Deze samenwerking is noodzakelijk om stappen naar Duurzaam Beheer 5.0 te maken. 

    Kennis over duurzaamheid moet beschikbaar komen en gedeeld worden. Het zetten van stappen met Duurzaam Beheer 5.0 moet beloond worden. 

    De weg naar Duurzaam Beheer 5.0

    Met stap 5.0 is het beheer van de openbare ruimte energieneutraal, klimaatneutraal, emissieneutraal en grondstofneutraal. Vergelijken met een referentiejaar is daarmee overbodig geworden. Tevens is er sprake van een goede situatie ten aanzien van de sociale aspecten en zijn de kosten beheersbaar.

    Dit doel lijkt nu misschien nog ver weg. Echter, de weg is in stapjes verdeeld. Een stap overslaan is onmogelijk. Nu beginnen met stap 1.0 en snel doorgaan met 2.0, is binnen het bereik van élke organisatie. Het is eigenlijk een verplichting voor elke organisatie die zegt duurzaamheid serieus te nemen. 

    Cultuur en structuur

    Duurzaam Beheer 5.0 zorgt voor een structuur om te werken aan duurzaamheid. Die structuur is alleen succesvol als er een cultuur is om de noodzakelijke stappen te zetten. De cultuur moet in de hele organisatie verankerd zijn. Beheerders, ontwerpers en bestuurders kunnen (en moeten) elkaar motiveren om Duurzaam Beheer 5.0 te bereiken.